vrijdag in week 22 door het jaar
Het goede doen
Tekst overweging: Kris
In de tussenzang uit Psalm 37 lezen we in vers 27: ‘Mijd het kwade en doe het goede, en je zult voor eeuwig wonen in het land.’
Ik wil graag samen met je wat verder mijmeren over dit psalmvers.
Het kwade mijden en het goede doen. Heel duidelijke taal. Elke normaaldenkende mens zal dit ook beamen. Het is de weg bij uitstek voor het creëren van een samenleving waarin het goed is om te leven, en wel voor iedereen. Christenen, joden, moslims en ook niet-gelovigen zullen zich in deze woorden kunnen vinden.
Voor een christen krijgen de woorden ‘doe het goede’ echter een heel eigen, christologische diepte. Het ‘goede doen’ heeft te maken met het volbrengen van Gods wil, met het leven ‘in God’, met liefhebben zoals God ons in Christus liefheeft. Het is je toevertrouwen aan Christus, die door zijn Geest in je woont, je in de ander tegemoetkomt en je binnen de gemeenschap van de Kerk roept om zijn liefde gestalte te geven. Het is je beschikbaar stellen voor Gods roep en bereid zijn daarop een antwoord te geven, vanuit het ja-woord dat Christus zelf in heel zijn leven aan de Vader heeft gegeven.
Dus hoe humaan de uitspraak ‘doe het goede’ ook klinkt, voor een christen hebben deze woorden een heel eigen klank, juist omdat hij ze hoort en ontvangt als Woord van God, en ze leest in het licht van Christus, het levende Woord.
In de diepte heeft het volbrengen van dit woord dan te maken met gehoorzaamheid: met het in vrijheid gehoor geven aan wat God van je vraagt.
Wie zich zo aan God toevertrouwt, zal ook steeds opnieuw geroepen worden het kwade te mijden. Niet omdat een gelovige daardoor geen fouten meer zou maken, maar omdat Gods liefde je telkens weer uitnodigt je hart te zuiveren en opnieuw de weg van het goede te kiezen. Leven in Gods liefde is een weg van bekering, waarbij je steeds opnieuw leert onderscheiden wat leven geeft en wat ervan wegvoert.
Een ander perspectief opent zich in het tweede gedeelte van het vers: ‘en je zult voor eeuwig wonen in het land’. Voor de bidder van Psalm 37 is dat land allereerst het land dat God aan zijn volk heeft beloofd, de plaats waar het in vrede en gerechtigheid mag leven. Als christenen mogen we deze woorden ook lezen in het licht van de hoop die ons in Christus is geschonken. Dan opent ‘het land’ zich naar de belofte van Gods nieuwe wereld, naar het nieuwe Jeruzalem, waar God uiteindelijk alles in allen zal zijn.
Iets van dat beloofde land mogen we nu al van binnenuit beleven, waar mensen zich aan God toevertrouwen en in verbondenheid met elkaar proberen te leven vanuit zijn liefde. Tegelijk blijft het een werkelijkheid waarnaar we onderweg zijn, in de hoop op de voltooiing die God zelf zal schenken.
Heel bewust gebruik ik de woorden ‘met allen die op weg zijn’. Want het gaat hier niet over een gemeenschap van volmaakte mensen, maar over mensen die samen de weg gaan: met vallen en opstaan, met wat lukt en wat mislukt, in licht en duisternis, doorheen twijfel en zekerheid, elkaar vergevend en elkaar dragend. Mensen die, midden in deze wereld, proberen te leven vanuit het diepe gelovige besef dat God hen roept om zich toe te vertrouwen aan zijn Zoon en de weg van het leven te gaan. Een weg waarop zij zijn liefde vieren, zich laten dragen door de genade van het kruis en leven vanuit de gave van Pasen.
Moge Gods heilige Geest ons hart voortdurend neigen naar Hem.
Laten we bidden
Heer God,
beziel ons allen met uw heilige Geest.
Mogen wij van binnenuit gestuwd worden
om in gemeenschap te leven met uw Zoon,
opdat wij uw roep tot het volbrengen van uw liefde
mogen beantwoorden
door ons in een diep geloof toe te vertrouwen
aan zijn tegenwoordigheid in en rondom ons.
Moge uw liefde ten diepste gevierd worden.
In Christus,
amen.
Geliefde mensen, laten we het kwade mijden en het goede doen, vertrouwend dat we in Gods liefde het volle leven zullen vinden.
Van harte, kris
Om mee op weg te gaan
Wat betekent het voor mij om te wonen in 'het land van de Heer'?
Reacties
Een reactie posten