donderdag in week 22 door het jaar

Niet de boodschapper, maar Christus

Tekst overweging: Kris

Paulus neemt in zijn brief aan de christengemeenschap van Korinte opnieuw het thema van de wijsheid op. Zoals we ons herinneren, plaatste hij tegenover de menselijke wijsheid, die veel belang hecht aan aanzien, welsprekendheid, succes en invloed, de wijsheid van God zoals die zichtbaar wordt in het kruis van Christus. Vandaag spreekt Paulus zelfs over dwaasheid: “Wanneer iemand van u denkt dat hij in deze wereld wijs is, moet hij eerst dwaas worden; pas dan kan hij wijs worden.” Paulus pleit hier niet voor domheid en evenmin keert hij zich tegen verstand, kennis of inzicht. Hij bedoelt dat een mens bereid moet zijn zijn eigen maatstaven te laten corrigeren door het evangelie.

Paulus wil de Korintiërs vooral losmaken van hun neiging zichzelf en anderen te beoordelen vanuit menselijke voorkeuren en aanzien. Binnen de gemeenschap waren groepen ontstaan die zich verbonden met Paulus, Apollos of Kefas, alsof de ene verkondiger belangrijker was dan de andere en alsof het aanzien van degene die men volgde ook iets vertelde over de eigen plaats binnen de gemeenschap. Paulus haalt die redenering helemaal onderuit. “Álles is van u”, schrijft hij, “maar u bent van Christus en Christus is van God.” De Korintiërs zeggen als het ware: ik behoor bij Paulus, ik bij Apollos en ik bij Kefas. Paulus draait het om: Paulus, Apollos en Kefas zijn dienaren die ten dienste staan van de gemeenschap. Geen enkele verkondiger mag de plaats innemen van Christus. Want uiteindelijk behoren jullie aan Christus. Daar ligt het fundament van hun identiteit en daar ligt ook de bron van hun eenheid.

Die woorden hebben weinig aan actualiteit verloren. Ook wij kunnen mensen, groepen, stromingen, opvattingen of leiders zo belangrijk maken dat ze mee bepalen wie wij zijn. Dat zien we bijvoorbeeld in de politiek. Politieke leiders hopen mensen achter hun ideeën te verzamelen. Daar is op zich niets verkeerd mee. Mensen hebben ook graag iemand naar wie ze kunnen opkijken, iemand die woorden geeft aan wat zij zelf belangrijk vinden en die richting wijst. Het kan kracht geven te weten dat je niet alleen staat, dat anderen dezelfde overtuiging delen en zich voor dezelfde zaak inzetten.

Het gevaar begint wanneer bewondering overgaat in haast onvoorwaardelijke trouw. Wanneer niet langer de vraag wordt gesteld of wat iemand zegt waar, rechtvaardig en menswaardig is, maar vooral telt dát die persoon het zegt. Wanneer kritiek bijna als verraad wordt ervaren, tegenstanders alleen nog met wantrouwen worden bekeken en het eigen kamp altijd gelijk moet krijgen. Dat zien we in België en Nederland, maar evenzeer wereldwijd, en het is van alle tijden. Paulus spreekt hier natuurlijk niet rechtstreeks over onze hedendaagse politiek, maar wie vandaag ziet hoeveel invloed sommige presidenten en politieke leiders op miljoenen mensen hebben, begrijpt hoe actueel zijn waarschuwing kan worden wanneer menselijke wijsheid zich hecht aan aanzien, invloed en macht. Zodra een mens zo groot wordt dat zijn woorden nauwelijks nog getoetst worden, is waakzaamheid nodig.

Hetzelfde mechanisme vinden we terug op sociale media. Ook daar hebben velen hun helden: influencers, opiniemakers, artiesten of andere bekende figuren naar wie soms miljoenen mensen dagelijks luisteren. Hun kleding wordt gedragen, hun producten worden gekocht, hun taal wordt overgenomen en hun mening krijgt gewicht. Ook daar is op zich niets verkeerd mee. Mensen kunnen ons inspireren, iets leren of ons helpen nieuwe wegen te ontdekken. De vraag is dan ook niet of we mensen mogen bewonderen. De vraag is: wat zeggen ze ons, wat bieden ze ons en vooral, wat doen ze met ons? Maken ze ons vrijer en menselijker? Leren ze ons zelf nadenken? Brengen ze ons dichter bij anderen, of voeden ze vooral verdeeldheid, angst en het verlangen om tot het juiste kamp te behoren?

Paulus wijst uiteindelijk naar Christus. Niet naar Christus als de zoveelste held die zoveel mogelijk bewonderaars rond zich verzamelt, maar naar de gekruisigde Heer. In Hem wordt zichtbaar hoe radicaal anders Gods wijsheid is. Naar de Zoon van God die neerknielde voor zijn leerlingen en hun de voeten waste. Naar Hem die grootheid verbond met dienstbaarheid en macht met liefde. Daar wordt de wijsheid van het evangelie zichtbaar. Ze staat vaak haaks op de boodschap dat je jezelf moet bewijzen, moet winnen, sterker moet zijn dan de ander of vooral je eigen belang moet verdedigen. Jezus zegt: wie groot wil zijn, moet dienen. In diezelfde gezindheid knielt Hij neer aan de voeten van mensen.

Ook binnen de Kerk ontsnappen we niet aan de verleiding onze eigen helden te kiezen. Sommigen voelen zich sterk verbonden met paus Franciscus, anderen met paus Leo, kardinaal Robert Sarah, bisschop Robert Barron of pater James Martin. Het zijn heel verschillende stemmen binnen een wereldwijde Kerk, en mensen kunnen zich om uiteenlopende redenen door een van hen aangesproken weten.
Maar ook dichter bij huis kan hetzelfde gebeuren. Binnen een parochie kunnen mensen zich sterk hechten aan een bepaalde priester, pastoraal werker of andere vertrouwde figuur. Dat kan heel waardevol zijn, zeker wanneer iemand ons geholpen heeft om te groeien in geloof. Moeilijk wordt het wanneer daardoor groepen ontstaan, wanneer de ene voorganger tegen de andere wordt uitgespeeld of wanneer veranderingen nauwelijks nog aanvaard kunnen worden omdat men vooral vasthoudt aan één persoon.
Ook binnen religieuze gemeenschappen kan zoiets spelen. Een zuster, broeder, overste of geestelijk begeleider kan veel betekenen en diepe dankbaarheid oproepen, maar ook daar blijft de gemeenschap groter dan één persoon en behoort zij uiteindelijk aan Christus, rond wie allen verzameld zijn. Paulus zou ons waarschuwen zodra onze voorkeur uitgroeit tot een etiket waarmee we onszelf tegenover anderen plaatsen: ik ben van deze, jij bent van die.
Geen paus, kardinaal, bisschop, priester, pastor, zuster, broeder of theoloog behoort het middelpunt van ons geloof te worden.

Paulus nodigt ons uit steeds opnieuw terug te keren naar de kern: niet de boodschapper staat centraal, maar Christus. Mensen kunnen ons helpen Hem beter te leren kennen. Hun woorden kunnen ons inspireren en hun leven kan ons iets van het evangelie laten zien. Maar uiteindelijk moeten ook hun woorden en keuzes getoetst worden aan Hem die niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen.

Laten we onszelf daarom de vraag stellen: wie krijgt zoveel invloed op mij dat ik nauwelijks nog kritisch luister? Aan wie ontleen ik mijn overtuigingen, mijn zekerheid, soms zelfs mijn identiteit? En vooral: brengt wat ik hoor en wie ik volg mij dichter bij de gezindheid van Christus? Want daarin ligt volgens Paulus de ware wijsheid: niet dat wij kunnen zeggen bij wie wij horen, maar dat wij steeds dieper leren leven vanuit het besef dat wij van Christus zijn.

Laten we bidden

God,
moge het besef dat wij van Christus zijn
richting geven aan ons denken,
spreken en handelen.
In Christus, onze Heer.
Amen.

Geliefde mensen, laten we dankbaar leren van anderen zonder uit het oog te verliezen wie ons van binnenuit wil leiden.
Een mooie donderdag,
kris


Om mee op weg te gaan

Mensen kunnen ons veel leren, maar niemand hoeft het middelpunt van ons leven te worden. Wie of wat krijgt bij mij soms meer plaats dan goed voor mij is?

Reacties

  1. Wie of wat krijgt bij mij soms meer plaats dan goed voor mij is…
    En wie is uiteindelijk het middelpunt van mijn leven?

    “Wie zichzelf wijs acht ‘volgend deze wereld’, moet dwaas worden om wijs te worden.”
    Een zin van Paulus, dat eerst wat doet glimlachen om er dan de wijsheid van te snappen.
    En om er dan, in alle eerlijkheid, persoonlijk op te antwoorden:
    Mijn geluk zocht ik zelf in mijn jonge jaren in geld verdienen, kopen, pronken, wat uiteindelijk een verdrongen beeld was van leegte, van een verlangen naar ‘erkenning’, waarvan de hele illusie ervan in mijn bewustzijn niet was doorgedrongen.
    Het was alles, wat de buitenwereld, als één grote spiegel me had voor gehouden.
    Tot ik zelf, druppelsgewijs, door in contact te komen met de echte armen in Brussel, begreep dat de essentie , het ware geluk, ergens anders lag, veel dieper lag, wat me dan ook uiteindelijk, in een boog van 180°, van richting heeft doen veranderen.

    En nu begreep ik, of begrijp ik, de hele ‘dwaze’ paradox van Paulus:
    “Wie niet meer ‘zelf’ probeert alles te bezitten, begint alles te ontvangen.”, van God zelf, als de enige en echte wijsheid van het ware geluk!
    Alles is van God, daarom mag ik ook ‘alles’ van Hem ontvangen!
    Want Paulus zegt het ons:
    “Alles is van u, gij zijt van Christus, en Christus is van God”!
    Cecile

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Zoek het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid met lege handen dan heb je tenminste de ruimte om veel te ontvangen

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Mensen kunnen ons veel leren, maar niemand hoeft het middelpunt van ons leven te worden.
    Hoe dankbaar ben ik voor alle mensen die God op mijn weg heeft gebracht sinds mijn bekering : diegene die ik niet meer nodig had, heeft Hij van mij verwijderd. Nieuwe mensen bracht Hij, waarvan ik met scha en schande mocht leren, met vallen en opstaan. Ook daar waren er bij, die niet altijd het 'juiste' woord spraken of deze niet in 'daden' konden omzetten.
    Maar gaandeweg ,door zelf Gods Woord ter hand te nemen, ,werd mijn eigen wijsheid, mijn betweterigheid, omgezet in armoede, opdat God groter mocht zijn in mij.(sterven aan jezelf om God groter te laten zijn)
    Hij leerde mij om in de stilte van mijn hart naar Hem te luisteren, datgene wat mensen zegden te onderzoeken, of het wel van God kwam of van de mensen zelf.
    Zo leerde ik langzaam onderscheiden. Mensen kunnen je veel bijbrengen, maar het blijven mensen. God staat er helemaal boven. Ik ervaar dat ik kritischer ben geworden, en niet alles meer klakkeloos geloof, maar dit in de bijbel ga zoeken : wat heeft Jezus ons gezegd, wat wil Jezus mij zeggen? Wat wil Jezus dat ik voor Hem doe?
    Tenslotte gaat het over Hem ,om Hem de eerste plaats en Hem alle eer en glorie te geven . Dan pas is het goed. God komt op de eerste plaats en ook op de laatste : Hij is de Alpha en de Omega! En dan mag Hij zeggen : vaar naar het diepe : dan volgt er ,zoals bij Petrus een overvloed aan vissen, aan datgene wat je nodig hebt ,( Hij weet wat wij nodig hebben) zodat je nog veel overhoudt voor jezelf en om te delen met anderen. Amen.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. HL Augustinus

    Wat is de goedheid van Christus groot! Petrus was visser, en nu verdient een spreker grote lof, als hij in staat is om zich als visser begrijpelijk uit te drukken. Daarom zegt de apostel Paulus tot de eerste christenen: “Denk aan uw eigen roeping, broeders en zusters. Naar menselijke maatstaf waren daar niet veel geleerden bij, niet veel machtigen, niet velen van hoge afkomst. Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat voor de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om het sterke te beschamen; wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbeduidend, heeft God uitgekozen; wat niets betekent, koos Hij uit, om teniet te doen wat wel iets betekent” (1Kor 1,26-28). Want als Christus in de eerste plaats een spreker had gekozen, dan zou de spreker kunnen zeggen: “Ik ben gekozen om mijn welsprekendheid”. Als hij een senator was geweest, dan zou de senator kunnen zeggen: “Ik ben gekozen om mijn rang”. Als Hij een keizer had gekozen, dan zou de keizer kunnen zeggen: “Ik ben gekozen om mijn macht”. Dat die mensen zwijgen, dat ze even wachten, dat ze zich rustig houden. Ze zullen niet vergeten of verworpen worden, omdat ze zich kunnen verheerlijken om wat ze uit zichzelf zijn. “Geef Mij deze visser, zegt Christus, geef Mij deze eenvoudige onopgeleide mens, geef Mij degene met wie de senator niet durft te spreken, zelfs niet wanneer hij vis van hem koopt. Ja, geef Mij die mens. Dan zal Ik hem vervullen, men zal duidelijk zien dat Ik alleen het ben die handel. Ik zal zeker ook mijn werk vervullen in de senator, de spreker en de keizer..., maar mijn handelen zal het meest duidelijk worden in de visser. De senator, de spreker en de keizer kunnen zich verheerlijken met wat zij zijn: de visser, alleen in Christus. Dat de visser hun de nederigheid komt onderrichten die door de redding wordt gegeven. Dat de visser als eerste doorgaat”.

    Woensdag 2 September : Uit de 1e brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte 3,1-9.
    on 3 september 2026 at 08:05
    Broeders en zusters, het was mij destijds niet mogelijk, tot u te spreken als waart gij reeds geestelijk en niet langer vleselijk. In Christus waart gij nog zo jong! Melk moest ik u geven, geen vaste spijs; die kondt gij nog niet verdragen. Zelfs nu kunt gij het niet, want gij laat u nog altijd leiden door zelfzucht. Of is het geen uiting van egoisme en kleinmen­selijk gedrag, dat er onder u naijver en twist voorkomt? Als de een zegt: 'Ik ben voor Paulus,' en de ander: 'Ik voor Apollos,' zijt gij dan niet al te mense­lijk? Wat zijn Apollos en Paulus eigenlijk? Niet meer dan ondergeschikten, die behulpzaam waren bij uw beke­ring, en wel ieder van ons op zijn eigen manier, zoals de Heer het ons vergund heeft: ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God gaf de groei. Noch hij die plant betekent iets, noch hij die begiet, maar alleen God, die de wasdom geeft. Die plant en die begiet staan op een lijn, al ontvangt wel ieder loon naar eigen arbeid. Wij zijn Gods medewerkers, gij zijt Gods akker, Gods bouwwerk.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Wát kan ik bij deze wijze, oprechte getuigenissen aan toevoegen dan en grote dankbaarheid ! Wàt mijzelf betreft …ja ik moet er op letten in mijn verzuchtingen de Heer te volgen de ene “herder” niet te vergelijken met de andere ,te oordelen en te veroordelen ! Mensen benaderen als zusters en broeders ! Gezien ik door mijn groot gezin moeder, grootmoeder en overgrootmoeder ben ,benader ik te véél medemensen met vertroetelen en te grote bezorgdheid ! Dát moet ik loslaten ook met eigen kinderen ! Enkel mijn hart en ziel naar Hem richten ,naar Christus .toe ! Dán zal mijn liefde voor allen ,en zéker voor hen die me élk op hun wijze Zijn Weg tonen ! Ook met …humor niet blijven plakken bij onze fouten en angsten,maar vrij en gelukkig bij vallen weer opstaan Ik en wij zijn van CHRISTUS !!! Jacqueline

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Wijze woorden, vooral dan waarin Kris het heeft over de situatie in de (katholieke) kerk. We zouden voorbij onze voorbeeldfiguren en voorbij onze devotionele voorkeuren moeten kunnen kijken, naar Christus die het hoofd van de kerk is. Ook meer algemeen gezien zouden we samen met niet-katholieke christenen de Heer kunnen volgen. Daarvoor hoeven we onze katholieke theologie niet te verloochenen en mogen we ook geen water bij de wijn doen. Toch denk ik dat de Heer liever heeft dat we één zijn en elkaar van harte liefhebben.

    BeantwoordenVerwijderen
  7. De Heer, Christus centraal stellen in ons leven, voorbij de wereldse dingen, voorbij allerlei afleidingen, op menselijk en materieel vlak. In elke mens het gelaat van God zien. Respect voor elkaar, je hart laten spreken, leven in de voetsporen van Christus met de hulp van de Heilige Geest en ons gebed richten tot God. Een hele uitdaging die ongetwijfeld verkwikking brengt in ons leven. Voor mij is dit een droom die ik heel graag wil waar maken in mijn leven. Maar alleen kan ik dit niet. Hiervoor zijn geloof, hoop en liefde nodig. Amen

    BeantwoordenVerwijderen
  8. "Wie of wat krijgt bij mij soms meer plaats dan goed voor mij is?" goeie vraag Kris (en dank voor je krachtige en wijze overweging). ik stelde me die vraag gisteren nog in mijn wekelijks behandeling door/gesprek met mijn fysiotherapeut, tevens 'revalidatiecoach' sinds 15 jaar. ik ga regelmatig over mijn zeer enge grenzen door altijd maar door iedereen aardig gevonden te willen worden. erger, als ik iemand eigenlijk niet aardig vind, me niet prettig voel bij die persoon, doe ik des te aardiger omdat ik dat niet durf te laten merken. gevolg: die persoon neemt me helemaal in beslag met zijn/haar verhalen, problemen, affecties en de volgende keer weer en weer.. en ik heb dan uren nodig om te herstellen en ga plekken waar ik die persoon kan tegenkomen mijden waardoor de beperkte mogelijkheden die ik heb tot contact met mensen nog beperkter worden en mensen die ik wel graag zie en spreek noodgedwongen ook ga ontlopen.
    waarom wil ik toch door iedereen aardig gevonden worden? waarom is het niet genoeg te weten dat God van mij houdt zoals ik ten diepste ben? kan me dat de moed geven om eerlijk te zijn tegen mensen? laat ik daar in mijn gebed tot Hem aandacht voor gaan vragen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dag Stefan, ik herken dit ook wel in mijn leven. Mensen die je aandacht geeft, zijn blij met die aandacht en willen inderdaad heel hun verhaal doen, telkens opnieuw als je hen aandacht geeft. Ik vind het ook heel moeilijk om hiermee om te gaan. Toch vind ik dat mensen iets rustiger worden na verloop van tijd. Zij eisen je aandacht niet meer op, maar zijn tevreden met iets minder aandacht...

      Verwijderen

Een reactie posten