zondag 21 door het jaar A
Geroepen tot sleutelfiguur
Tekst overweging: Kris
De leerlingen zijn al een hele tijd met Jezus onderweg. Ze hebben Hem horen spreken over Gods koninkrijk, ze hebben gezien hoe Hij zieken genas, mensen nabij was en velen opnieuw hoop gaf. Er werd veel over Hem gezegd: soms dicht bij de waarheid, vaak ver ervan verwijderd, soms ook vanuit tegenstand. Jezus vraagt de leerlingen wie de mensen zeggen dat Hij is. Sommigen denken, zo antwoorden de leerlingen, aan Johannes de Doper, anderen aan Elia, Jeremia of een van de profeten.
Wanneer we diezelfde vraag vandaag zouden stellen – wie zeggen de mensen dat Jezus is? – zouden we wellicht opnieuw heel uiteenlopende antwoorden krijgen. Voor sommigen zal Hij een soort goeroe zijn, een wijze leraar die waardevolle inzichten heeft nagelaten. Voor anderen zal Hij vooral iemand uit een ver verleden zijn, van wie we de woorden en verhalen uit oude geschriften hebben bewaard. Weer anderen zullen Hem misschien zien als een mythische figuur die nooit werkelijk heeft bestaan, maar waarin mensen door de eeuwen heen hun religieuze verlangens en wijsheid hebben uitgedrukt. Sommigen zullen geloven dat Hij wel degelijk geleefd heeft als een bijzonder mens van licht en liefde, maar dat zijn volgelingen Hem later tot Messias en Zoon van God hebben verheven. En voor anderen zal Hij een profeet zijn, een voorbeeld van medemenselijkheid, iemand die opkwam voor armen, kwetsbaren en mensen aan de rand. Ook vandaag zouden de antwoorden dus alle kanten uitgaan.
Maar te midden van al die verschillende meningen kijkt Jezus, net zoals Hij dat bij zijn leerlingen deed, ieder van ons in de ogen en vraagt: ‘En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?’
Het is een heel persoonlijke vraag. Ons antwoord daarop is niet onbelangrijk. Het zegt iets over de wijze waarop wij als christenen leven. Er is immers een hemelsbreed verschil tussen Jezus enkel herinneren als iemand uit een ver verleden, van wie woorden en verhalen ons tot op vandaag inspireren, en Jezus in ons hart dragen als ‘de Zoon van de levende God’, zoals Petrus Hem beleed.
Wie Hem belijdt zoals Petrus, leeft vanuit een aanwezigheid. Jezus behoort dan niet alleen tot de geschiedenis. Hij leeft. Hij woont in ons. God, die liefde is, komt ons in zijn Zoon nabij en wil zijn leven met het onze verbinden. Vanuit die verbondenheid mogen wij leven, bidden en liefhebben. Vanuit Hem mogen wij naar mensen kijken, keuzes maken, vergeven, steeds opnieuw beginnen en ons geven aan anderen. Ons geloof is zo veel meer dan de herinnering aan woorden die Jezus ooit gesproken heeft. Christelijk geloof is leven vanuit Jezus; Hij die ons bewoont.
Mogen de woorden van Petrus ook de onze worden: ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God.’ Het komt er niet op aan Petrus gewoon na te zeggen. Laat het een gebed van overgave zijn, van binnenuit. Jezus zegt zelf tegen Petrus dat zijn belijdenis hem niet door mensen van vlees en bloed is ingegeven, maar door de Vader in de hemel. Ook ons geloof ontstaat uiteindelijk uit genade. Het is de Geest die in ons leeft, die ons hart opent, ons leert bidden en ons helpt ons aan God toe te vertrouwen. Laten we in de Geest belijden: Heer, U bent de levende. U bent hier. U leeft in mij. Leer mij vanuit U te leven.
Verder lezen we dat Jezus aan Petrus de sleutels van het koninkrijk van de hemel geeft. Terecht wordt deze passage in de katholieke traditie verbonden met het Petrusambt, met Petrus als de eerste paus van de Kerk. Het is een mooie en belangrijke betekenis van deze woorden. Tegelijk reikt het beeld van de sleutel verder en kan het ook voor ons eigen leven betekenis krijgen. Zo dadelijk daar meer over.
Bij de sleutel die Petrus wordt toevertrouwd, horen ook woorden over binden en ontbinden. Petrus krijgt de verantwoordelijkheid om binnen de geloofsgemeenschap te onderscheiden, richting te geven en wegen te openen naar verzoening en nieuw leven. Eigenlijk geldt dat ook voor ons: Met onze woorden en onze houding kunnen we mensen vastzetten in hun fouten, hun verleden of in het oordeel dat we over hen gevormd hebben. Maar we kunnen ook helpen banden los te maken door te vergeven, ruimte te geven, opnieuw vertrouwen te schenken en een ander niet vast te pinnen op wat ooit geweest is.
De sleutel, toevertrouw aan Petrus, krijgen wij in zekere zin allemaal toevertrouwd. Het is de sleutel van de liefde. Een sleutel die ons kan helpen de deur van ons hart te openen voor iemand die nood heeft aan nabijheid. Hij kan onze ogen openen voor mensen die gemakkelijk over het hoofd worden gezien, onze oren om werkelijk naar iemand te luisteren en onze mond om woorden van hoop te spreken, iemand te bemoedigen of op te komen voor wie geen stem heeft. Hij kan ook onze handen openen om te delen en te dienen.
En dan die woorden over het dodenrijk. Jezus zegt dat de poorten van het dodenrijk – in een vroegere vertaling: de poorten van de hel – zijn Kerk niet zullen overweldigen. Die belofte is in de eerste plaats gericht tot Petrus en tot de Kerk, maar ook hier mogen we deze woorden beluisteren aan ons adres. De bedoeling is dat we de sleutel die Jezus ons heeft toevertrouwd gebruiken vanuit een innige verbondenheid met Hem. Wie vanuit die eenheid met de Heer leeft, mag erop vertrouwen - ook al zal het niet zo zwart wit zijn - dat het kwaad geen vat meer krijgt op je leven. Dat betekent niet dat het kwaad verdwijnt. Het kan soms hard op een mensenleven inbeuken. Jezus spreekt zelf over het huis dat op de rots gebouwd is: regen valt neer, stormen steken op en beuken tegen het huis, maar het stort niet in omdat het op de rots gegrondvest is (vgl. Mt 7,24-27). Zo neemt onze verbondenheid met Christus het kwaad niet uit ons leven weg, maar zij geeft ons een grond die sterker is dan wat ons bedreigt.
Laten we de sleutel, waarover Jezus spreekt, niet onder de mat schuiven voor wie na ons komt. Laten we zelf sleutelfiguren zijn die deuren openen waar cynisme, onverschilligheid en kwaad het leven op slot hebben gedraaid, en zo ruimte maken voor liefde en hoop.
Laten we bidden
Heer,
geef ons ogen die zien,
oren die luisteren,
woorden die bemoedigen
en handen die dienen.
Diep verinnigd in U.
Amen.
Een mooie zondag voor ieder van jullie!
Genegen, kris
Om mee op weg te gaan
Ben jij zo’n sleutelfiguur die voor anderen deuren opent naar liefde en hoop?
Met onze woorden en onze houding kunnen we mensen vastzetten in hun fouten, hun verleden of in het oordeel dat we over hen gevormd hebben. Maar we kunnen ook helpen banden los te maken door te vergeven, ruimte te geven, opnieuw vertrouwen te schenken en een ander niet vast te pinnen op wat ooit geweest is.
BeantwoordenVerwijderenMoeilijke weg, als mensen spijt hebben lukt dat mog wel,maar als ze gewoon doorgaan....
VerwijderenBen jij een sleutelfiguur die voor anderen deuren opent naar liefde en hoop?
BeantwoordenVerwijderenDit is wel een ‘heel persoonlijke vraag’ die je ons stelt, Kris maar tegelijk een boeiende vraag om verder over na te denken…
En Jesaya, en het levensverhaal van Petrus, geven hier wel antwoorden op;
Wat een sleutel eigenlijk is - in plaats van - gewoonweg een sleutel hebben?
Ze ‘ontvangen’ beiden, ze worden ‘bekleed’, zoals Maria gisteren de dienaars bekleedde met het Bruiloftskleed op de Bruiloft van Cana.
Bekleed en ontvangen, omdat het ‘oorspronkelijk’ niet hun bezit is, en deze nu als een pin op een stevige plaats wordt geplaatst. Ze ontvangen de sleutel van iemand, hoger dan hen, van God zelf.
Ik begrijp nu, doorheen de evangelieteksten en jouw tekst, Kris dat
• pas wanneer ik niet langer ‘zelf’ de sleutel wil zijn, een sleutel me kan worden gegeven…
• dat pas wanneer ik me zelf niet meer hoef te bevestigen, kan ik, op een vaste plaats, bevestigd worden…
• dat die ontvangen sleutel wel verantwoordelijkheid vraagt, maar zeker ook een zekere vrijheid inhoudt. Het wordt me toevertrouwd van boven uit…
• en als de sleutel dan ook weer moet afgegeven worden, te beseffen dat die sleutel eigenlijk nooit van mij is geweest!
Een sleutel zijn, of een sleutel hebben?
Hier komt het, denk ik, werkelijk op neer.
En om hier nu persoonlijk op te antwoorden; er werd mij, opnieuw een sleutel(tje) aangeboden, die ik wel in een zekere vrijheid heb aangenomen en beleef.
En wat het mooie is bij Petrus, zijn weg was ook nog lang niet voltooid bij het ontvangen van de sleutel van Jezus.
Deze werd pas echt ‘ontplooid’ na Pinksteren, waar zijn echte identiteit, door God gegeven, zichtbaar werd.
Een nieuwe stroming, in de AA, is geboren. Een stroming waar God weer centraal wordt gezien als Hij, die de werkelijke genezer is, de werkelijke leraar, het werkelijke Hoofd is van hen en voor hen, die nog worstelen met het vastzitten in alcohol, in plaats van het vastzitten of het vastgehouden worden in God. En hier mag ik, op een nederige manier aan meewerken, na zelf een lange weg op dit domein te hebben afgelegd.
Cecile
Wat een bemoediging voor ons!
BeantwoordenVerwijderenBen jij zo’n sleutelfiguur die voor anderen deuren opent naar liefde en hoop?
BeantwoordenVerwijderenDat is mijn verlangen .En mag ik hopen het verlangen van velen!
Petrus heeft Jezus 3x verloochend, hij heeft het zwaard getrokken in de tuin van Getsemane, en hij heeft op een menselijke manier Jezus willen verdedigen toen Deze zei dat Hij eerst veel moest lijden. Ook toen Petrus ,zoals Jezus ,trachtte op het water te lopen en bijna verdronk ,zei :Heer redt mij, en daarna op zijn knieen viel en sprak : 'Ga weg Heer, want ik ben een zondaar.'
Petrus herkende zijn eigen zwakheid. Niettegenstaande deze zwakheid heeft de Vader aan Petrus de ingeving gegeven wie Jezus was. Toen wist Jezus dat Petrus Zijn opvolger op aarde zou zijn. Niet Jezus maar de Vader heeft gekozen. Hij heeft Zijn kerk gesticht op zondaars, tot op de dag van vandaag. Zijn we niet allemaal zondaars? Moeten wij met een vinger wijzen naar andere zondaars? Als Jezus een zondaar aangesteld heeft als hoofd van de kerk (tenslotte zijn we allemaal met de erfzonde geboren) , zijn ook wij niet vrij van schuld. Is het dan niet beter om eerst in eigen boezem te kijken, vooraleer we anderen veroordelen?
Er zijn ook goede priesters en bisschoppen die meelijden onder deze beschuldigingen van anderen. En maken wij ,zondaars, tenslotte niet allemaal deel uit van diezelfde kerk?
God kent ons ! En is Jezus niet gekomen om ons te redden en niet om te oordelen? Als Jezus niet oordeelt (maar kijkt naar het hart) ,wie zijn wij dan?
Laten we zelf voor elkaar een deur zijn van liefde en hoop voor anderen, vragen we zelf vergeving voor onze eigen tekorten, en schenken we ook vergeving aan anderen, zoals wij bidden in het Onze Vader : "en vergeef ook onze schulden , zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren". Wat zou de wereld er beter van worden.
Heer, help ons om eerst voor onze eigen deur te vegen, om ons innerlijk huis te reinigen, opdat wij deuren voor anderen mogen openen, deuren van liefde en van hoop. Amen
Dankzij het Ja woord van Maria is Jezus als mens op de wereld gekomen !Hij was al de Zoon van Zijn Hemelse Vader! Door Zijn leven in gehoorzaamheid aan Zijn Vader is Hij de Christus geworden ! Met Pasen vieren we ,dat Zijn Geest in ons mensen kan leven,als we ook onze “fiat “uitspreken! Dát ben Je voor mij JEZUS DE CHRISTUS! Als we U zo aanvaarden gaan we minder anderen oordelen en veroordelen ! Mét Christus in ons hart zullen wij anderen en onszelf écht liefhebben ! Dank aan allen om ons zo élke dag de Sleutel van oprecht beminnen aan te reiken ! Jacqueline
BeantwoordenVerwijderen