zaterdag in week 18 door het jaar

Staande blijven op de wachttoren

Tekst overweging: Kris

Habakuk behoort tot de zogenaamde kleine profeten en leefde aan het einde van de zevende eeuw voor Christus, in een bijzonder onrustige tijd. De macht van Assyrië brokkelde af, terwijl de Chaldeeën, de Babyloniërs, steeds sterker werden en uiteindelijk ook Juda zouden treffen. Het bijzondere aan Habakuk is dat hij niet zozeer namens God tot het volk spreekt, maar met God in gesprek gaat namens het volk. Zijn boek heeft daardoor iets van een gebed, meer nog: van een indringend tweegesprek waarin een gelovige mens zijn vragen niet voor God verbergt.

En Habakuk hééft vragen. Hoe kan God toelaten dat een gewelddadig en meedogenloos volk als de Chaldeeën zoveel macht krijgt? Hoe kan Hij zwijgen wanneer de ene mens de andere vertrapt? De profeet durft het God ronduit te vragen: ‘Waarom dan verdraagt U deze trouwelozen, zwijgt U, nu de wetteloze verslindt wie rechtvaardiger is dan hij?’ Zijn geloof maakt hem niet blind voor het kwaad, integendeel. Juist omdat hij in God gelooft, kan hij zich niet neerleggen bij een wereld waarin geweld en onrecht het laatste woord lijken te hebben.

Habakuk gebruikt daarbij het beeld van een visser die mensen als vissen uit het water haalt, hen meesleept in zijn net en verzamelt in zijn fuik. De machtige doet met anderen wat hij wil en verheugt zich over zijn buit. In beeld gaat Habakuk nog verder: de Chaldeeër brengt offers aan zijn net en brandt wierook voor zijn fuik. Wat hem macht en succes verschaft, is uiteindelijk zijn god geworden.

Hoe actueel klinkt dat wanneer ook vandaag machthebbers pronken met hun wapenarsenaal, ermee dreigen en er hun grootheid aan ontlenen. Ook daar wordt wierook gebrand voor het vermogen om te vernietigen. Paus Franciscus verwoordde dit wel eens als een ‘ware godslastering’: de mens vereert zijn eigen vernietigingskracht. En zoals altijd wanneer afgoden worden vereerd, worden er offers gebracht — alleen zijn het nu mensenlevens die op het altaar terechtkomen.

Ook binnen de Kerk moeten we waakzaam blijven voor de bekoring van macht. Het is niet omdat iemand bisschop of priester is, of een belangrijke verantwoordelijkheid binnen de Kerk heeft, dat hij daarvoor minder kwetsbaar is. Ook daar kan de verleiding ontstaan om als het ware wierook te branden voor het eigen aanzien, voor het genoegen invloed te hebben, voor het gevoel dat mensen naar je opkijken en aandachtig luisteren naar wat je zegt. In de Kerk branden we geen wierook voor onszelf. De ware wierook stijgt op voor God, als teken van onze aanbidding, ons gebed en onze erkenning dat alle eer uiteindelijk Hem toekomt. Wie in de Kerk gezag ontvangt, is geroepen nederig voor de ander te knielen, hem de voeten te wassen, hem te dienen en, waar mogelijk, dichter bij God te brengen (Joh. 13,14-15). ‘Hoe meer aan iemand is toevertrouwd, des te meer zal van hem worden gevraagd’ (Lc. 12,48b).

Het geldt voor ons allemaal: waaraan branden wij onze wierook? Stijgt zij op naar God, of branden wij haar voor onszelf? Want ook in ons kan het verlangen leven om macht uit te oefenen: door anderen te overheersen, te kleineren of te veroordelen, door mensen in vakjes te plaatsen, hen niet ernstig te nemen of te denken dat we boven hen staan. Natuurlijk zijn de gevolgen daarvan niet te vergelijken met de vernietigingskracht van sommige wereldleiders die wierook branden voor hun wapenarsenalen. Maar aan de wortel schuilt dezelfde bekoring: de mens die zichzelf verheft en zichzelf in het middelpunt plaatst, waardoor God naar de achtergrond verdwijnt.

Terug naar Habakuk. Nadat hij gesproken en geklaagd heeft en zijn vragen voor God heeft neergelegd, zegt hij iets heel sterks: ‘Ik ga staan op mijn wachttoren, betrek mijn post op het bolwerk, kijk uit om te zien wat de Heer mij zal zeggen.’ We lezen daar snel over, maar het is een prachtig beeld van geloof. Habakuk loopt niet weg omdat hij God niet begrijpt, maar blijft staan. Hij blijft waakzaam, richt zijn blik omhoog en wacht op een woord dat hij zichzelf niet kan geven.

En God antwoordt. Niet door Habakuk een eenvoudige verklaring te geven voor al het kwaad dat hij om zich heen ziet, maar door hem op te roepen te wachten en trouw te blijven: ‘Ook al is het nog niet vervuld, wacht maar, het komt zeker, het zal niet uitblijven.’ En dan volgen die prachtige woorden: ‘De rechtvaardige zal leven door zijn trouw.’ Daar ligt misschien de kern van de hele lezing: blijven vertrouwen wanneer we nog niet zien, blijven hopen wanneer het kwaad sterk lijkt en trouw blijven aan God wanneer antwoorden uitblijven.

Dat wachten is geen berusting en evenmin passiviteit. Het is volharden wanneer de weg niet helder is, blijven bidden wanneer de wereld ons moedeloos maakt, blijven uitzien naar God wanneer zoveel andere machten onze aandacht opeisen. Het doet denken aan de oude Mozes tijdens de strijd tegen Amalek, die zijn handen naar God geheven houdt en daarin, ondersteund door Aäron en Chur, volhardt tot de avond valt (Ex. 17,8-13). Ook daar wordt zichtbaar dat Gods volk niet alleen leeft van eigen kracht, maar standhoudt door zich telkens opnieuw naar Hem uit te strekken.

Wij hebben zulke wachttorens nodig. We leven in een wereld waarin oorlogen blijven woeden, mensen worden opgeofferd aan belangen en enkele zogenaamde groten der aarde zich gedragen alsof macht hun het recht geeft over anderen te beschikken. Als christenen hoeven wij hun manier van leven niet over te nemen. Jezus spreekt duidelijke taal over machthebbers die hun macht laten gelden: ‘Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen’ (Mt. 20,25-26).

Op de wachttoren staan betekent vandaag dagelijks bidden voor de wereld, de hoop levend houden en weigeren ons hart te laten vergiftigen door cynisme of moedeloosheid. Tegelijk vraagt het dat we bereid zijn dagelijks van onze wachttoren af te dalen om heel concreet lief te hebben: door te dienen, te vergeven, vrede te zoeken, nabij te zijn, voor kwetsbare mensen op te komen en het goede te doen waar dat binnen ons bereik ligt.

De vraag van Habakuk blijft ook onze vraag: hoe blijven wij als gelovigen staande in een wereld waarin de netten van het kwaad zoveel mensen meesleuren en zoveel leed veroorzaken? Misschien ligt het antwoord niet in het vinden van een verklaring voor al dat kwaad, maar in de manier waarop wij er zelf middenin gaan staan. We hoeven niet mee te gaan in de logica van macht, eigenbelang en het recht van de sterkste. We kunnen kiezen voor wat het evangelie ons voorhoudt: de waardigheid van iedere mens eerbiedigen, het onrecht niet zomaar laten passeren en trouw blijven aan de liefde, ook wanneer die weinig lijkt uit te halen.

Laten we als christenen in deze wereld op onze wachttoren blijven staan, met de voeten stevig op aarde, het hart gericht naar God en de handen uitgestrekt naar onze medemens.

En als we moe worden, laten we dan het beeld van de oude Mozes voor ogen houden, wiens armen door Aäron en Chur werden ondersteund toen hij ze zelf niet meer omhoog kon houden. Niemand hoeft alleen vol te houden. We mogen elkaar ondersteunen en bemoedigen, en bijspringen wanneer iemand het even niet meer aankan. Zo wordt gemeenschap een plaats waar de liefde niet alleen wordt verkondigd, maar ook daadwerkelijk wordt geleefd. Daar wordt iets zichtbaar van het ware gezicht van de Kerk: mensen die elkaar dragen en samen proberen te leven vanuit de liefde die zij zelf van God hebben ontvangen.

Laten we bidden

Heer,
bewaar ons ervoor
wierook te branden voor onszelf,
voor macht, aanzien of eigenbelang.
Richt ons hart op U
en leer ons te leven in uw liefde.
Vandaag, en alle dagen van ons leven.
Amen.

Moge de Heer ons helpen om midden in een gebroken wereld mensen te zijn die verbinden, helen en ruimte maken voor elkaar.
Een mooi weekend,
kris


Om mee op weg te gaan

Voor wie of wat brandt mijn wierook?

Reacties

  1. Voor wie of wat brandt mijn wierook?
    Mijn God, mijn GOd, U bent de Allerhoogste. U bent mijn Redder, mijn Verlosser en mijn alles.
    U hebt mij uit de modder gehaald, mij gewassen, gezuiverd en gereinigd.
    Wie ben ik Heer dat U zo naar mij omkijkt? Het stekje dat Uzelf hebt geplant.
    Hoe arm en klein ben ik ,terwijl U mijn God de Almachtige bent. U komt alle eer en glorie toe.
    U wil ik een loflied zingen. U wil ik loven , prijzen en danken. Hoe vaak heb ik niet voor U gedanst, vanuit het binnenste van mijn ziel, vanuit de vreugde die U mij schonk en schenkt.
    En ook al blijft het kruis nooit ver weg, toch bent U daar dan ook om mij niet alleen te laten. Uw juk is zacht en licht : samen met U en in U ,dragen we het kruis, uit liefde voor U.
    U hebt uit liefde voor mij mijn kruis, mijn zonden gedragen. Nu wil ik uit liefde voor U ,het kruis samen met U dragen.
    Help mij te leren aanvaarden wat ik nog niet kan. Moge mijn oog en mijn hart steeds gericht blijven op U. Mogen mijn kleine offer U welgevallig zijn als een wierookoffer dat ik brand uit liefde voor U. Niet ik Heer, maar U bent belangrijk. Help mij om Uw liefde uit te stralen en door te geven aan anderen, opdat anderen Uw grootsheid mogen leren kennen en U loven , prijzen en danken. Amen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Beste Kris, blijf kort en krachtig; met wijsheid en vreugde voor de komende dag

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Kris (Bijbelcitaat.be)8 augustus 2026 om 07:40

      Ik neem je opmerking ter harte.
      kris

      Verwijderen
  3. VANDAAG IS HET DE FEESTDAG VAN DE HEILIGE DOMINICUS VOOR HEM BRAND MIJN WIEROOK HIJ SPRAK OVER GOD EN MET GOD

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Kris (Bijbelcitaat.be)8 augustus 2026 om 08:32

      Ja dat klopt, vandaag vieren we ook de heilige Dominicus. Mooi wat je over hem schrijft. Ik las inderdaad dat hij overdag met de mensen over God sprak en ’s nachts met God over de mensen. Een mooie gedachte.
      Ik koos bij ‘Heilige van de dag’ ditmaal niet voor Dominicus, maar voor de heilige Mary MacKillop, de eerste heilige van Australië. Daar is geen bijzondere reden voor. Af en toe probeer ik bewust ook eens een minder bekende heilige te belichten, naast de grote en vertrouwde namen uit onze kerkelijke traditie. Ook in hun vaak verrassende levensverhalen valt zoveel te ontdekken over de vele verschillende wegen waarop mensen het evangelie hebben proberen te leven.
      Maar inderdaad, vandaag dus ook Dominicus; een 'groot' man!
      Van harte, kris

      Verwijderen
  4. Een prachtige tekst,
    Een prachtige uitleg,
    Maar een moeilijke vraag:
    "Voor wie of wat brandt mijn wierook?"
    Het is waar dat de reactie van God soms vreemd lijkt op het eerste zicht.
    Terwijl ik het stuk las, kwam bij mij de uitleg over de 'Muur van Jericho' naar boven. Het stuk over Jozua in het Oude Testament, waar God, Jahwe niet direct de goede beschermd, maar 'beide' partijen oproept tot bekering.
    Jozua was gevraagd om de muur rond de stad van Jericho, de stad van de Kanaänieten, het volk dat zich uit hoogmoed had verwijderd van God, neer te halen. En hierin te blijven volharden om het tenslotte te vernietigen.
    Terwijl Jahwe het volk van de Kanaänieten oproept om hun hoogmoed, hun zelfzucht en menselijk oordeel te laten vallen en zich te bekeren.
    En sta ik altijd lang de kant van Jozua?
    In je uitleg, Kris, leg je ook de nadruk op een vorm van hoogmoed als ik een ander 'oordeel, veroordeel' en zo de plaats van God inneem. Hij alleen kent de diepte van elke mens...
    Dank u God, dank je Kris... het is een punt waar ik vandaag en in mijn verdere leven aan kan werken. Het oordelen, veroordelen... om alles alleen maar in de handen van God te leggen én hierin dan te vertrouwen
    Telkens opnieuw komen er weer nieuwe zaken naar boven om aan te werken maar eigenlijk is dit wel het fijnste op heel onze levensweg naar God toe.
    Cecile

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Kris (Bijbelcitaat.be)8 augustus 2026 om 08:24

      Dank je wel, Cecile.
      Het beeld van de muur van Jericho dat je aanhaalt, vind ik mooi om geestelijk op ons eigen leven toe te passen. Ook in ons kunnen muren staan die mogen afbrokkelen: muren van oordeel en vooroordeel, van hoogmoed, van het zo zeker menen te weten wie de ander is en wat er in hem of haar omgaat.
      Hoe meer zulke muren in ons afbrokkelen, hoe meer ruimte er misschien ontstaat om de ander aan God toe te vertrouwen, die als enige de diepte van ieder mensenhart kent.
      En zoals je zelf mooi schrijft: dat blijft een levenslange weg waarop er telkens weer iets te ontdekken en los te laten valt.
      Dank om deze gedachte mee te geven!
      kris

      Verwijderen
    2. Mijn wierook brandt voor een bijzondere vrouw uit onze parochie.
      Na 34 jaar te hebben gesproken OVER God, leerde zij mij te spreken Met God.
      God is en blijft immers een beloner voor hen die Hem zoeken.
      Of, zoals in het boek Koningen wordt aangegeven (na drie keer): spreek Heer, Uw dienaar luistert.
      Oftewel zoals in het gebed: Jezus, zorgt u ervoor.
      Of in de rozenkrans van de Goddelijke Barmhartigheid: wees barmhartig voor ons.

      Verwijderen
  5. Ik denk dat we altijd oordelen en dat daar niets mis mee is. Het benoemen van goed en kwaad, komt vanuit oordeel. Het langs een lijn of maat leggen. Moraliteit en ethiek. Veroordelen is een andere kwestie. Daarmee sluiten we uit en vinden we onszelf beter.

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Beste Kris,
    Ik ben het niet eens dat je toelichting soms te lang zou zijn want je kan altijd wel iets nieuws ontdekken zoals de eerste heilige van Australië!
    Bedankt om zoveel wijsheid met ons te delen en dan mogen overwegingen natuurlijk wat langer zijn.


    BeantwoordenVerwijderen
  7. Ik ben blij met de uitleg

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten