vrijdag in week 20 door het jaar
Waar de ruach waait
Tekst overweging: Kris
Vandaag buigen we ons over de eerste lezing, een tekst die op het eerste gezicht misschien wat merkwaardig overkomt. We horen over een dal vol uitgedroogde beenderen, over botten die plots beginnen te bewegen en zich weer bij elkaar voegen, over pezen die zich vasthechten, vlees dat groeit en huid die zich over de lichamen sluit. Alsof we in een soort horrorfilm terechtkomen waarin zich voor onze ogen een akelig tafereel ontvouwt. Maar wees gerust: we bevinden ons nog steeds in de Bijbel, en achter dit bevreemdende beeld gaat een bijzonder hoopvolle boodschap van God schuil.
Het is belangrijk om meteen te zeggen dat dit visioen in zijn oorspronkelijke context allereerst niet gaat over de lichamelijke verrijzenis van afzonderlijke mensen na hun dood. Ezechiël spreekt over Israël, een volk dat zichzelf als dood beschouwt. De woorden over het openen van de graven kregen later, vanuit christelijke lezing, natuurlijk ook een diepere betekenis in het licht van Jezus' verrijzenis. Maar laten we eerst maar eens lezen wat Ezechiël zelf bedoelt: een volk dat zichzelf heeft opgegeven, wordt door God opnieuw tot leven geroepen.
Ezechiël leeft in een donkere periode. Een deel van Israël is weggevoerd naar Babylon, Jeruzalem en de tempel liggen in puin en de toekomst lijkt afgesneden. Onmiddellijk vóór onze lezing klinkt echter Gods belofte: ‘Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven’ (Ez. 36,26). We hoorden die woorden gisteren. Vandaag krijgt die belofte gestalte in een visioen.
Het beeld kan nauwelijks hopelozer zijn. Er liggen alleen nog beenderen, en die zijn ‘helemaal uitgedroogd’. Dan vraagt God: ‘Mensenkind, kunnen deze beenderen weer tot leven komen?’ Ezechiël antwoordt: ‘Heer, mijn God, dat weet U alleen.’ Dat is Bijbelse hoop: niet doen alsof de werkelijkheid minder donker is, maar beseffen dat Gods mogelijkheden niet samenvallen met de onze.
Dan gebeurt er iets merkwaardigs. Eerst bewegen de beenderen naar elkaar toe. Er komen pezen, vlees groeit en huid trekt over de lichamen heen. Wat uiteengevallen was, krijgt opnieuw samenhang en gestalte. En toch volgt die sobere vaststelling: ‘maar ademen deden ze nog niet.’ Alles lijkt aanwezig, en toch ontbreekt het leven. Het is een interessant beeld. Je kunt structuren hebben, gebouwen, tradities en organisaties, je kunt mensen samenbrengen en van alles organiseren, en toch kan er iets ontbreken wat we zelf niet kunnen voortbrengen: de adem, de ruach, Gods Geest die leven schenkt. Pas wanneer die adem komt - zo lezen we in de lezing - staan de lichamen op. Het leven ontstaat niet uit de structuur zelf; het wordt geschonken.
Even terug naar het beeld van die uitgedroogde beenderen die her en der verspreid liggen. Ook wij kijken soms naar situaties waarin veel verdwenen is en denken: hier zit geen toekomst meer in. Een parochie wordt kleiner, een gemeenschap veroudert, vertrouwde vormen van kerkelijk leven verdwijnen. We zien vooral wat er niet meer is. Maar is dat ook hoe God kijkt?
Zelf werk ik als pastoraal medewerker in een woonzorgcentrum waar, naast de andere bewoners, een sterk vergrijsde gemeenschap van religieuze zusters woont. Zij behoren tot de grote Vincentiaanse familie en hebben tijden gekend waarin hun gemeenschap veel groter was en hun inzet in de zorg voor mensen heel zichtbaar aanwezig was. Intussen is er veel veranderd. Er komen geen nieuwe zusters meer bij en hun gemeenschap wordt steeds kleiner. Soms leeft dan de gedachte: ‘Het is hier gedaan voor ons; benieuwd wie als laatste het licht gaat uitdoen.’ Het klinkt misschien wat schertsend, maar er zit ook verdriet onder. Om het met de woorden van Ezechiël te zeggen: zijn dit dan alleen nog dorre beenderen?
Het antwoord is duidelijk: nee. Gods ruach, die alles weer levend maakte in de lezing, is niet afhankelijk van leeftijd, aantallen of zichtbare resultaten. Nieuw leven betekent ook niet noodzakelijk dat alles weer wordt zoals vroeger. Die zusters worden niet opnieuw jong en hun gemeenschap zal niet opnieuw groot worden. Maar hun gebed van vandaag is, net als vroeger, van levensbelang. Hun trouw aan elkaar, hun aandacht voor een medebewoner, een klein gebaar van zorg, een goed woord: ook daarin kan Gods ruach werkzaam zijn. Ook vandaag kunnen zij, ondanks hun fysieke en soms mentale broosheid, woorden van leven spreken en anderen ermee aansteken. We mogen het belang van goede woorden en liefdevolle daden niet onderschatten.
We zijn dan misschien niet Ezechiël, maar ergens diep vanbinnen zegt God ook tot deze oudere zusters, en in wezen tot ieder van ons: ‘Profeteer.’ Spreek. Spreek woorden uit in situaties waarin alles lijkt uit te doven.
Hoe vaak kijken ook wij alleen maar toe? We zien bij individuele mensen of in gemeenschappen de moed zakken, we merken dat ouderen zich terugtrekken, we horen mensen zeggen dat het allemaal geen zin meer heeft.
En wij ... wij zwijgen vaak omdat we niet weten wat we moeten zeggen. Lieve mensen, allen hebben we daarin onze roeping; ja allemaal. We kunnen allemaal woorden spreken die iemand helpen om opnieuw leven en betekenis te ervaren.
Daarvoor zijn geen grootse theorieën nodig. We kunnen zeggen, daarom niet letterlijk: ik zie je, je betekent iets, je aanwezigheid doet ertoe. We kunnen bedanken, bemoedigen en wijzen op het goede dat iemand in zich draagt. God kan onze aanwezigheid, onze initiatieven en onze woorden gebruiken om ruimte te maken waarin zijn Geest mensen raakt en iets opnieuw aanwakkert.
Onze samenleving en onze wereld kent vele plekken waar het leven als het ware verdroogd is. Denk aan de oorlogen met hun vele letterlijke doden, aan mensen die moeten trachten te overleven tussen puin en geweld, aan armoede die zoveel mensen vandaag treft, aan zovelen die niet meer weten hoe het verder moet. Maar ook dichter bij ons hoor ik soms mensen zeggen dat hun dag leeg is, dat ze zich vervelen, dat ze blij zijn wanneer het avond wordt. Het zijn, om het beeld uit de lezing te gebruiken, vaak dorre beenderen die smachten naar adem, naar vrede, naar rechtvaardigheid, naar een woord dat opnieuw toekomst opent.
Wel, mensen, zoals gezegd: wij allen zijn geroepen om niet zwijgend toe te kijken, maar woorden en gebaren van leven aan te reiken, hoe klein ze soms ook lijken. Wij kunnen niet alles herstellen en overal nieuw leven wekken, maar we mogen erop vertrouwen dat Gods ruach ook vandaag mensen in beweging brengt en ons gebruikt om hoop aan te wakkeren waar die dreigt uit te doven.
Laten we bidden
Heer,
schenk ons uw ruach,
uw levensadem, uw heilige Geest.
Leer ons woorden spreken
die hoop wekken
waar mensen dreigen op te geven.
In Jezus' naam.
Amen.
Geliefde mensen, laten wij voor elkaar mensen van hoop zijn.
Een mooie vrijdag,
kris
Om mee op weg te gaan
Soms begint nieuw leven met iemand die goede woorden spreekt. Wat kan dit voor jou heel concreet betekenen?
nieuw leven, dood en leven.
BeantwoordenVerwijderenHeer, alleen Gij weet het !
Alleen voor God is niets onmogelijk. Hoeveel mensen mochten na hun bekering ervaren wat God in hen bewerkt, hersteld en herschapen heeft. Hoe zij van dood naar nieuw leven zijn gebracht.
Ook in onze tijd zijn er figuurlijk veel levende doden. Mensen ,kinderen, die verslaafd zijn aan gamen, hun eigen willetje, die leven zonder God. God die leven is en leven geeft. Een God voor wie niets onmogelijk is. Hij alleen kan van doden weer levenden maken.
Hij alleen kan de mens weer oprichten en nieuw leven 'inblazen.'
Zoals we met aswoensdag getekend worden met en askruisje (as is dood materiaal dat verbrand is) en de priester zegt :bekeer u en geloof in het evangelie. Het evangelie is het levende woord van God. Het Woord IS God Zelf !Het Woord is als een tweesnijdend zwaard dat gaat door merg en been. Het verandert u van binnenuit. Je keert terug naar wie je oorspronkelijk was toen God je geschapen heeft. Hij geeft je een nieuw har en een nieuwe Geest : Hij herschept je totaal naar Zijn Beeld en gelijkenis.
Zo wordt je liefde en straal je liefde uit. En dan kan de wereld veranderen als iedereen opnieuw liefde wordt : liefde tot God en liefde tot de naaste.
Wat zou de wereld er mooier uitzien.
Bidden we tot de Heer dat hij de verdorde lichamen en geesten weer tot nieuw leven mag roepen, dat Zijn Geest ons weer doet opleven, opdat Zijn Rijk van liefde weer mag bloeien en er vrede mag zijn
.Amen
Ooit heeft iemand me op een andere weg gebracht met deze Woorden “IK ben de Weg, de Waarheid en het Leven, allee door MIJ kom je naar de Vader !!!” Jawél ik beleef nog “dorre” momenten” door angsten en zelfzucht! Maar vervuld door Zijn Geest bloei ik open in geluk en liefde ! Gisteren waren wij op uitstap met de mensen van onze Woonzorg centrum ! Ik had de zorg voor iemand die bang was mee te gaan ! Samen hebben wij er zo van genoten en ik kreeg een welgemeende dankjewel ! Waarop ik haar dankte voorhaar gezelschap ! Kleindochters die bij mij als oma wat troost zoeken ,een dochter die met haar problemen wenend in mijn armen schuilt!Noem maar op ! Op die momenten geleid door Zijn Geest straal ik Zijn Vreugde uit !Door soms ook gebrek aan vertrouwen verschrompel ik ! Meer en meer verrys ik door Zijn Vrede en Vreugde !Goeie morgen allemaal!
BeantwoordenVerwijderenDank u om dat te delen. Mooi en krachtig
VerwijderenGods mogelijkheden vallen niet samen met de onze,
BeantwoordenVerwijderenGods Geest valt ook niet altijd samen met onze kleine, menselijke geest…
En welke geest primeert uiteindelijk…
en heeft het laatste woord?
Wat me hierin opvalt, is dat leven en liefde, Leven en Liefde, met de kleine en de grote L, zo sterk met elkaar verbonden zijn.
Gisteren las ik een stuk over de H.Bernardus van Clervaux, de heilige van de dag.
Hij, die de regels van de liefde geschreven heeft.
Van een puur menselijke liefde in een soort van behoefte, een liefde waar ik God nodig heb voor mezelf tot een liefde waar ik God kan beminnen om ‘God’ zelf en ons brengt tot een beleven van Zijn Liefde naar de ander toe…
Een beetje een onhandige of korte samenvatting van zijn beschrijving over de liefde, maar waaruit ik begrepen heb, hoe leven en liefde met elkaar verbonden zijn.
Waar de omgang met mijn naaste bijna een toetssteen wordt van mijn geestelijke groei in liefde.
Ik volg elke week een ‘Pilatus les’, erg in de mode momenteel, waar sterk de nadruk wordt gelegd op het ademen, in verband met het bewegen van het lichaam:
in-ademen,
uit-ademen,
De Liefde en de Geest van God in-zich-opnemen om de Liefde van God weer uit-te-ademen, te beleven rondom ons.
En je hebt gelijk, Kris, Gods geest heeft het laatste woord… waar dikwijls ‘oudere zusters’ een spiegel van zijn en dit zo goed gezongen werd deze morgen in de lauden:
“Verheerlijk, mijn ziel, dan de machtige Koning,
omdat Jeruzalem weer wordt herbouwd,
zijn huis voor de komende eeuwen!”
Tobit, 15
Cecile
(De Liefde en de Geest van God in-zich-opnemen om de Liefde van God weer uit-te-ademen, te beleven rondom ons) Mooi ritueel om ons er bewust van te worden. Neem ik zeker over. Dank u . Wat een krachtige reacties de laatste tijd, dat doet zo deugd.
BeantwoordenVerwijderenWaar mensen God boven alles beminnen en houden van elkaar, daar komt zeker het leven weer tot leven.
Verwijderen