donderdag in week 21 door het jaar

De glans onder het stof

Tekst overweging: Kris

Vanaf vandaag lezen we in de gewone weekdagliturgie gedurende enkele weken uit de eerste brief van Paulus aan de christenen van Korinte. De zondagen en liturgische feesten met eigen lezingen onderbreken die doorgaande lectuur, maar op de gewone weekdagen zullen we Paulus stap voor stap volgen in zijn gesprek met deze jonge christelijke gemeenschap. En het wordt geen gemakkelijke brief. In Korinte leeft heel wat dat Paulus zorgen baart. Er is partijvorming, er zijn onderlinge conflicten en morele problemen, er zijn misbruiken rond de maaltijd van de Heer en er ontstaat rivaliteit rond de gaven van de Geest. De komende dagen zullen we horen hoe scherp Paulus daar soms op ingaat.

Juist daarom is het begin van zijn brief zo opmerkelijk. Paulus opent niet met een opsomming van alles wat verkeerd loopt. Hij noemt de christenen van Korinte “de gemeente van God”, hij spreekt hen aan als mensen die “geheiligd in Christus Jezus” en “geroepen” zijn, en hij dankt God voor de genade die hun geschonken is. Dat is geen beleefdheidsformule waarmee hij eerst wat vriendelijke woorden schrijft vooraleer hij aan zijn kritiek begint. Paulus kijkt dieper. Hij ziet de gebrokenheid van deze gemeenschap, maar hij ziet vóór alles wat God in haar begonnen is. Hij kijkt naar mensen vanuit hun roeping, vanuit de genade die hun geschonken werd en vanuit hun verbondenheid met Christus.

Dat is een opmerkelijke manier van kijken. Wij beginnen vaak aan de andere kant. Wanneer we naar mensen kijken, zien we gemakkelijk wat er ontbreekt, wat fout loopt, waar iemand tekortschiet, en we spreken dat ook vaak uit. Hoe kijken we naar onze kinderen, die nog volop groeien en zich ontwikkelen? Hoe kijken we naar onze partner, met zijn of haar beperkingen? Hoe kijken we naar collega's die, net als ieder mens, onderweg zijn? En voor de religieuzen onder ons: hoe kijk je naar je medezusters of medebroeders? Zie je vooral hun fouten en tekorten, of zie je ook wie zij ten diepste zijn: mensen door God gewild en bemind, geschapen naar zijn beeld en gelijkenis? Kunnen we die schoonheid blijven zien in iedere medemens?

Maar ook: hoe kijken we naar onszelf? Zetten we onszelf vast in schuldgevoelens of gevoelens van minderwaardigheid, of kunnen we ons in de eerste plaats zien als door God geschapen en bemind, door Hem geroepen en gedragen? Kunnen we vanuit die blik ook onszelf leren beminnen?

Ook wanneer het over de Kerk gaat, wordt er vaak gesproken over haar problemen en over wat er fout loopt. Daar zijn ook redenen voor. De geschiedenis van de Kerk draagt sporen van ernstige fouten en zonden. Mensen werden gekwetst, macht werd misbruikt, gelovigen hebben elkaar veroordeeld en verdeeldheid heeft diepe wonden geslagen. Ook vandaag is de Kerk een gemeenschap waarin menselijke zwakheid duidelijk zichtbaar is. Daar hoeven we niets van te verdoezelen. Paulus doet dat in Korinte evenmin. Hij zal later heel concreet benoemen wat er verkeerd gaat. Maar hij weigert de gemeenschap uitsluitend te vereenzelvigen met haar tekorten. Voor hem is zij vóór alles “de gemeente van God”. Wie deze gemeenschap ten diepste is, wordt niet bepaald door haar menselijke tekorten, maar door God die haar roept en draagt.

Die manier van kijken kan ons helpen om de woorden uit de geloofsbelijdenis opnieuw te verstaan: “Ik geloof in de heilige katholieke Kerk.” Dat woord heilige roept bij nogal wat mensen een zekere weerstand op. Hoe kunnen we de Kerk heilig noemen wanneer haar geschiedenis ook zoveel onheiligheid kent? Hoe kunnen we spreken over een heilige Kerk wanneer haar leden, leiders en structuren zo duidelijk menselijke beperkingen dragen?

We moeten hier twee werkelijkheden tegelijk blijven zien, zonder ze van elkaar los te maken. De Kerk is heilig omdat haar diepste oorsprong en haar diepste leven niet bij ons liggen. Christus is haar hart. Hij roept haar samen, Hij schenkt haar zijn Geest, Hij voedt haar met zijn Woord en zijn leven. Haar heiligheid is vóór alles ontvangen heiligheid. De Kerk heeft die niet zelf voortgebracht en kan er zich niet op beroemen alsof het haar eigen verdienste zou zijn.

En tegelijk krijgt die Kerk gestalte in mensen: in de paus en de bisschoppen, in priesters en diakens, in religieuzen en leken, in iedere gedoopte die op zijn of haar plaats probeert te leven vanuit het evangelie. Daar wordt zichtbaar dat de Kerk, zoals zij door mensen gestalte krijgt, altijd onaf blijft. Gods genade wordt toevertrouwd aan mensen die onderweg zijn, mensen die liefhebben en falen, die geloven en twijfelen, die bouwen en soms beschadigen. Daarom heeft de Kerk altijd opnieuw zuivering en bekering nodig. Wij zijn immers nog niet ten volle geworden waartoe Christus ons roept.

We kunnen van deze inleidende woorden van de Korintiërsbrief veel leren. Liefde voor elkaar en voor de Kerk betekent niet dat we fouten verzwijgen. Paulus houdt zoveel van de gemeenschap in Korinte dat hij haar durft te vermanen. Maar zijn vermaningen groeien uit een diepere overtuiging: deze mensen behoren God toe. Hij ziet niet alleen wie zij vandaag zijn; hij ziet ook wie zij voor God zijn en waartoe zij geroepen zijn. Mogen wij leren met diezelfde blik naar elkaar, naar de Kerk en naar onszelf te kijken: zonder blind te zijn voor wat onvolkomen is, maar met oog voor het goede dat God reeds in ieder van ons begonnen is en voor de mens die wij in zijn liefde mogen worden.

Laten we bidden

Heer,
leer ons kijken met uw ogen,
zodat wij in elkaar
niet eerst de tekorten zien,
maar het goede
dat U in ieder mens
begonnen bent.
In uw naam.
Amen.

Geliefde mensen, laten we elkaar blijven zien als mensen die aan God toebehoren, onderweg en onaf, maar altijd kostbaar genoeg om geduld, liefde en vergeving te verdienen.
Een mooie donderdag,
kris


Om mee op weg te gaan

Vergeving begint vaak bij de bereidheid om de ander niet vast te zetten op wat fout liep. Ken je iemand in je omgeving bij wie dit moeilijk loopt? Kun je een eerste stap zetten, een hand reiken of iets goeds doen? Wat leert Paulus’ manier van kijken naar de Korintiërs jou daarover?

Reacties

  1. Wat leert Paulus me vandaag, door zijn manier van kijken naar de Korintiërs toe?
    Wat me vooral opvalt in zijn brief, is dat hij tot 3x toe het woord ’geroepen’ gebruikt, gevolgd door het woord van ‘aanroepen’ …
    Het geroepen zijn door God om wederkerig en in omgekeerde richting Hem te aanroepen…
    Het lijkt weer op heel deze circulatie van Liefde en ontmoeting tussen God en de mens, niet alleen in goede dagen, maar zeker ook in alles wat ons nog verontrustend lijkt, moeilijk en onvolmaakt.

    En hoe God, doorheen heel dit onvolmaakte, en nog onvoltooide leven ons wil laten groeien naar een voltooiing, in Hem, gedragen in rust en vrede.
    Waar we om het woord van ‘Heiligheid’ niet meer, een beetje scheef, hoeven te glimlachten, want heiligheid betekent, in mijn ogen, het innerlijk vrij worden en zijn in God.
    En om deze circulatie van Liefde dan te beleven, niet alleen in ons, maar wederom, in alles en iedereen die ons vandaag omringt.
    Cecile

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Vergeven !
    Er zijn 3 goddelijke deugen : het geloof, de hoop en de liefde. e liefde is de belangrijkste ,want ik mag alles hebben , maar als ik de liefde niet heb, dan heb ik niets. En vergeven is de hoogste vorm van de liefde. Hoe moeilijk blijft het voor velen om te vergeven ,aan wie ons heeft pijn gedaan.
    Paulus zegt : alles is genade !Ook vergeven is een genade. Enkel met Gods genade kunnen wij vergeven, vooral als iemand zeer zwaar gekwetst is. Voor God is niets onmogelijk.
    En als wij iemand vergeven ,wat zeer moeilijk is, dan gebeurt heel langzaam de transformatie in ons.
    Hoe pijnlijk kan vergeven zijn! Maar vergeven houdt ook een zielenzuivering in, ons vagevuur op aarde. Door de vergeving worden wij terug geheeld in Jezus. Ons hart wordt geopend om de liefde te ontvangen en om ze weer te kunnen doorgeven aan de anderen. Dat is de genade van vergeven.
    Heer , schenk aan alle mensen de genade van vergeving, opdat Uw liefde weer onder de mensen mag leven en er vrede mag komen.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Dit is ZO juist Els! Amen en bedankt voor uw wijze woorden.
      Ik wil ook alle andere zussen en broers bedanken voor hun liefdevolle, gelovige woorden die mij verder op weg helpen. Duizendmaal dank, vooral ook u Kris.
      Ik wens jullie allen nog een heel fijne dag en een diepe verbondenheid in Christus Jezus 🕊️

      Verwijderen
  3. dank kris, voor je sterke overweging over wat 'de Kerk' ten diepste is.
    een priester in opleiding zei ooit tegen mij: 'het is toch aan de kerk (het instituut) te danken dat Christus nu nog bestaat'. ik repliceerde: 'is het niet aan Christus te danken dat de kerk nu nog bestaat?

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Wat een scherpzinnigheid van Paulus om de Korintiers zó aan te spreken, al
    weet hij wat er misloopt. Konden wij ook zó over mensen denken/spreken.
    Dan zouden wij kijken met Gods ogen. Er zou minder achterklap zijn, minder tweedracht, meer vrede. Gods rijk midden onder ons.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten