donderdag in week 19 door het jaar

Voorbij onze boekhouding

Tekst overweging: Kris

Het evangelie van vandaag sluit rechtstreeks aan bij dat van gisteren. Daar hoorden we Jezus spreken over wat we kunnen doen wanneer een broeder of zuster tegen ons zondigt: eerst naar hem of haar toegaan, vervolgens eventueel anderen erbij betrekken, en proberen de gemeenschap te herstellen. Vandaag komt Petrus daarop terug met een heel begrijpelijke vraag: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken?’

Petrus stelt zelf zevenmaal voor. Dat is bepaald niet weinig. In de Bijbel staat het getal zeven vaak voor volheid of voltooiing. Petrus lijkt dus behoorlijk ruimhartig te denken. Toch antwoordt Jezus: ‘Niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zeven.’ Daarmee bedoelt Hij natuurlijk niet dat we vanaf nu tot 490 moeten tellen. Wie bij de 491ste keer besluit dat het nu wel genoeg geweest is, heeft Jezus niet begrepen. Jezus wil het telraam uit onze handen nemen. Vergeving laat zich niet vatten in een boekhouding waarin we bijhouden hoeveel kansen iemand nog over heeft.

Mogelijk klinkt in Jezus’ antwoord een oud Bijbelwoord mee. In het boek Genesis horen we Lamech zeggen dat hij zevenenzeventigvoudig gewroken zal worden (Gen. 4,24). De spiraal van geweld en vergelding wordt daar steeds groter. Jezus keert die beweging als het ware om. Waar de mens de wraak wil vermenigvuldigen, wil Hij de vergeving vermenigvuldigen. Tegenover een wereld waarin kwaad telkens nieuw kwaad oproept, plaatst Jezus een manier van leven waarin vergeving de keten probeert te doorbreken.

Om duidelijk te maken waar die vergeving vandaan komt, vertelt Jezus een gelijkenis over een koning die met zijn dienaren afrekening houdt. Een van hen blijkt hem tienduizend talent schuldig te zijn. Dat is een buitensporig bedrag, zo groot dat terugbetalen eigenlijk onmogelijk is. De man smeekt om geduld. En dan gebeurt iets wat hij nauwelijks had kunnen verwachten: de koning schenkt hem niet alleen uitstel, hij scheldt hem de hele schuld kwijt.

Hier wordt duidelijk waar Jezus ons naartoe wil brengen. Het gaat niet om wat de dienaar zelf presteert, maar om wat hem wordt geschonken. Hij ontvangt veel meer dan hij had durven hopen: barmhartigheid, vrijheid, een nieuw begin.

Maar nauwelijks is hij buiten of hij ontmoet een mededienaar die hem een veel kleinere som verschuldigd is. Die vraagt hem bijna met dezelfde woorden om geduld. Toch weigert hij. Hij grijpt hem vast, eist onmiddellijke betaling en laat hem gevangenzetten.

Daar wordt duidelijk wat er werkelijk misloopt. De dienaar heeft de vergeving wel ontvangen, maar ze heeft zijn hart niet veranderd. Zijn schuld is kwijtgescholden, maar vanbinnen is hij dezelfde gebleven. De barmhartigheid die hem ten deel viel, vindt geen weg naar de ander.

De vraag van de koning raakt dan ook de kern van de gelijkenis: ‘Had jij dan geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden had met jou?’ Christelijke vergeving begint niet bij onze eigen morele kracht of grootmoedigheid. Zij begint bij het besef dat wij zelf leven van vergeving. Wij ontvangen telkens opnieuw Gods geduld, zijn barmhartigheid en zijn bereidheid om met ons verder te gaan. Vanuit die ontvangen barmhartigheid nodigt Jezus ons uit om ook zelf barmhartig met anderen om te gaan.

Dat is niet eenvoudig. Voor onze eigen fouten hopen we meestal op begrip. We wensen dat anderen rekening houden met onze zwakheid, onze vermoeidheid, onze geschiedenis of onze goede bedoelingen. Wanneer iemand anders ons pijn heeft gedaan, vinden we diezelfde mildheid vaak moeilijker. Dan herinneren we ons vaak nog precies wat er gezegd of gedaan is. Soms dragen we zulke woorden en gebeurtenissen jarenlang met ons mee.

Jezus vraagt ons vandaag om de vergeving die wij zelf van God ontvangen niet bij ons te laten blijven steken. Zij wil ons hart veranderen en doorstromen naar onze omgang met anderen. Daarin klinkt ook de ernst van Jezus’ woorden door: ontvangen barmhartigheid roept ons op tot bekering en wil zichtbaar worden in de manier waarop wij met elkaar leven.

Dat betekent niet dat we kwaad moeten goedpraten. Vergeven is niet doen alsof er niets gebeurd is. Het betekent ook niet dat we alles moeten blijven verdragen of geen grenzen mogen stellen. Soms is afstand nodig. Soms is vertrouwen ernstig beschadigd en vraagt herstel veel tijd.

Vergeving en verzoening vallen ook niet altijd samen. Voor echte verzoening zijn doorgaans twee mensen nodig die bereid zijn elkaar opnieuw tegemoet te komen. Vergeving kan soms een weg zijn die één mens, misschien heel langzaam, voor Gods aangezicht begint.

Jezus spreekt aan het einde van het evangelie over ‘van harte’ vergeven. We kunnen zeggen: ‘Ik vergeef je’, terwijl die woorden vooral een intentie uitdrukken. Dat kan een belangrijk begin zijn, maar van harte vergeven gaat nog dieper. Het betekent dat we de ander niet langer willen vastzetten in wat hij of zij ons heeft aangedaan. Het gaat hier over een houding van het hart, waarin we de ander niet langer gevangen willen houden in zijn of haar schuld. Enkel zo kan vergeving de weg naar verzoening openen.

Laten we vandaag deze vraag meenemen: heeft de barmhartigheid die ik zelf van God ontvang ook werkelijk mijn hart bereikt? Want wie beseft hoeveel hem zelf geschonken wordt, leert ook anders kijken naar de schuld van een ander. Tot zeventig maal zeven. Gods barmhartigheid is zoveel groter dan onze boekhouding.

Laten we bidden 

Heer Jezus,
bevrijd ons van het tellen en afwegen,
en leer ons vergeven
vanuit de barmhartigheid
die wij zelf van U ontvangen.
In uw naam.
Amen.

Geliefde mensen, moge veelvuldige vergeving ons brengen tot het feest van de verzoening.
Een toegewijde donderdag,
kris


Om mee op weg te gaan

Vergeving opent de weg naar verzoening. Is er in mijn leven iemand voor wie ik die weg opnieuw zou kunnen openen?

Reacties

  1. Vergeving opent de weg naar verzoening. Is er in mijn leven iemand voor wie ik die weg opnieuw zou kunnen openen?
    Inderdaad, ook al komt het soms maar van één kant. Voor verzoening moet je met 2 zijn. Vergeven kan je enkel met Gods genade. Hoe gekwetst we ook zijn, door zelf eerst vergeving te schenken, al is het met ons hoofd en verstand, zetten we een proces in gang waar liefde begint.
    Het is door de goddelijke liefde en door de genade dat we mensen kunnen vergeven die ons diep gekwetst hebben. En nee, dat is niet gemakkelijk, het kan zelfs bovennatuurlijk zijn, al naargelang de kwetsuren. En zelfs heel pijnlijk. Maar het zuivert onze ziel van onze eigen zwakheden, het brengt ons dichter bij God, omdat we doen zoals God van ons verlangt : vergeef hen die u gekwetst hebben zoals uzelf Mij gekwetst hebt door uw zonden.
    Jezus zegt : al wat ge aan de minste van de Mijne hebt gedaan, hebt ge aan Mij gedaan. Dit geldt niet alleen voor het goede, maar ook voor het kwade, het slechte. Als wij kwaad doen aan de anderen, doen we kwaad aan God.
    Daarom moeten we niet alleen vergeven schenken en/of vragen aan de andere, maar ook aan God zelf. Want wat ik de andere aandoe, doe ik God aan .
    Heer, ik schenk vergeving aan X die mij zo zeer gekwetst heeft, en waardoor mijn hele leven een puinhoop is geworden.
    Wilt U hem ook vergeven, en wilt U mij vergeven daar waar ik zelf te kort schoot in de liefde.
    Dank U Heer .
    Amen.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Vergeving opent de weg naar verzoening... En waar sta ik vandaag op deze weg van verzoening, van Liefde?
    Een interessante vraag, waarop het antwoord bijna lijkt op de spiegel van mijn ziel, van de huidige toestand van mijn innerlijk.
    Jezus reikt ons weer eens een leerschool aan van Liefde en deze keer door 'het vergeven'.
    De dag dat we gaan beseffen dat God ons 'alles' , maar dan ook 'alles' gratis en voor niets geschonken heeft, leert Hij ons om binnen te treden in deze wederliefde, naar Hem toe én naar onze medemens. De cirkel is weer rond...
    En als dit nog ergens hapert, ergens wringt, moet ik wel toegeven dat er nog ergens restjes van wrok verborgen zitten in mij, restjes van een gekwetste eigenliefde, van het nog niet kunnen loslaten van hetgeen me is aangedaan... en nog zoveel meer...
    Zoals gisteren in het Matteüs verhaal en trouwens in zoveel passages van het evangelie, leert Christus ons dat Liefde geen kwestie van berekendheid is, van meetbaarheid.
    Het is eerder een kwestie van zijn, of liever van worden, waar God ons wil naar toe brengen op onze levensweg, met ups en downs, maar wel groeiend naar Hem toe.
    En waar het duidelijk werd, vanuit je tekst Kris, en vanuit je beschrijving, Anoniem, dat dit alleen maar mogelijk is, doorheen Hem!
    Dank aan jullie allen!
    Cecile

    BeantwoordenVerwijderen
  3. moeten we ons, als het gaat om het schenken van vergeving, niet ook op onszelf richten?
    hoe vaak ben ik aan mezelf, aan mijn lichaam, mijn hart en ziel, voorbij gelopen om mijn materiële belang, mijn positie, mijn aanzien te dienen? hoe vaak heb ik mijzelf en daarmee wellicht ook anderen daardoor kwaad gedaan? Hoe vaak heb ik daarmee God, die mij dit alles gegeven heeft, kwaad gedaan?
    veel mensen lopen rond met schuldgevoel, met een afwijzing van zichzelf, om de dingen die zij zichzelf hebben aangedaan, al hebben ze dat soms maar half in de gaten.
    laten we God vragen ons te helpen om ook onszelf te vergeven.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Buitengewoon juist, Stefan!

      Verwijderen
    2. Daar ben ik ook volledig mee akkoord ! Ook geen oude koeien uit de gracht halen ! Wáár je “oprecht om vergeving heb gevraagd of…gegeven !Elke dag met een nieuwe lei beginnen ! Met Zijn Liefde mezelf en élke mens ,toch allen :broers en zussen met geduld ,vergeving enbarmhartigheid te benaderen! Elke dag weer herbeginnen met geduld ,moed ,maar vooral zoals “de verlorene “ in de Armen van Onze Vader schuilend!

      Verwijderen

Een reactie posten