dinsdag in week 20 door het jaar
Loslaten om vrij te worden
Tekst overweging: Kris
De woorden van Jezus uit het evangelie van vandaag sluiten onmiddellijk aan bij zijn ontmoeting met de rijke jongeman. Deze man had gevraagd wat hij moest doen om het eeuwige leven te verkrijgen. Hij onderhield de geboden en zocht oprecht het goede. Toch bleek zijn rijkdom hem sterker te binden dan hij zelf besefte. Toen Jezus hem uitnodigde zijn bezit te verkopen, de opbrengst aan de armen te geven en Hem te volgen, ging hij bedroefd weg. Hij bezat veel, maar zijn rijkdom had ook hem in bezit genomen.
Daarop zegt Jezus dat een rijke slechts met grote moeite het koninkrijk van de hemel zal binnengaan. Het beeld van een kameel die door het oog van een naald probeert te gaan, is een overdrijving. Dat doet Jezus bewust om aan te tonen dat rijkdom een ernstige hindernis kan zijn of worden op de weg naar God, omdat rijkdom zich zo gemakkelijk vastzet in het hart.
Je moet ook weten dat rijkdom in die tijd dikwijls werd beschouwd als een teken van Gods zegen. Juist daarom reageren de leerlingen zo ontzet: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’
Misschien moeten we eerst iets zeggen over dat woordje ‘redding’. In de Bijbel betekent redding veel meer dan na onze dood in de hemel komen. Zij is ten diepste bevrijding van alles wat ons afsluit van God: van zonde en schuld, angst, hoogmoed, hebzucht en de drang om ons alles toe te eigenen. God verbindt ons in Christus opnieuw met zich en laat ons delen in zijn leven. Niet dat wij deelgenoot zullen worden van zijn goddelijkheid, wel mag zijn liefde gestalte krijgen in ons leven. Die redding vindt haar voltooiing in het eeuwige leven bij Hem, maar begint reeds hier en nu, wanneer Gods genade ons vrijmaakt om werkelijk lief te hebben.
Vandaag zegt Jezus dat rijkdom die bevrijding kan bemoeilijken. Het verlangen om te hebben en steeds meer te hebben, kan ons hart aan bezit binden. En dat is toch wel een serieuze adder onder het gras: voor we het beseffen, gaat dat verlangen ons denken en handelen bepalen. Het moet gezegd: bezit biedt comfort en helpt ons veel te organiseren en ons leven netjes te beveiligen. Gaandeweg gaan we denken dat we ons leven goed in handen hebben. Maar, lieve mensen, dat is een illusie, echt waar. Geen enkele rijkdom behoedt ons voor kwetsbaarheid, verlies, ziekte of dood. Geen geld kan ons de vrede schenken die groeit uit vertrouwen op God.
Jezus vraagt de jongeman echter niet alleen om innerlijk los te komen van zijn bezit. Hij vraagt hem het aan de armen te geven. Werkelijke vrijheid opent onze ogen voor wie tekortkomt. De weg naar God loopt langs solidariteit, zorg voor de armen en inzet voor gerechtigheid.
We hadden het over wereldse rijkdom als bezit van geld en goederen. Maar rijkdom kan meer zijn. Ook onze kennis, invloed, goede naam, talenten en religieuze verdiensten kunnen iets worden waarop we ons beroemen. Iets daarvan horen we in de vraag van Petrus: ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn U gevolgd. Welk vooruitzicht hebben wij dan?’ Uit zijn woorden spreekt oprechte toewijding, maar zijn vraag heeft ook iets berekenends: wat zullen wij daarvoor terugkrijgen?
Jezus stelt hen gerust: hun navolging is niet vergeefs. Wie omwille van zijn Naam iets achterlaat, zal verbondenheid vinden en deel krijgen aan het eeuwige leven. Die belofte is geen beloning waarop zij door hun zelfgave recht zouden hebben. Het eeuwige leven koop je niet; het is de voltooiing van onze gemeenschap met God. Navolging is geen zakelijke overeenkomst waarbij wij iets geven en God ons daarvoor moet belonen. Wie Jezus alleen volgt om zijn eigen plaatsje naast Hem veilig te stellen, blijft vooral met zichzelf bezig.
Terug naar de vraag van de leerlingen: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ Jezus antwoordt: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’ Wij kunnen onszelf inderdaad niet redden. Op eigen kracht raken wij niet bevrijd van onze gehechtheden en van alles wat ons belemmert om ons aan God te geven. Daarom is het zo belangrijk dat wij ons in gebed verbinden met de heilige Geest, die in ons woont en ons van binnenuit vernieuwt. Wanneer wij ruimte geven aan zijn gloed, laat Hij ons niet enkel zien waaraan we vastzitten, maar leidt Hij ons ook binnen in het leven van Christus. Daar maakt Christus ons ten diepste vrij en stelt Hij ons in staat om, verenigd met Hem, te leven in dienst van Gods koninkrijk.
Ten slotte zegt Jezus dat vele eersten de laatsten en vele laatsten de eersten zullen zijn. Voor God gelden andere maatstaven dan in onze samenleving. Bij God is een mens niet groot door wat hij bezit of meent te betekenen. Groot is wie zich aan Hem toevertrouwt. Groot is wie kan ontvangen, delen en dienen. Groot is wie, gedragen door Gods liefde, bereid is de ander de voeten te wassen. Groot is wie alles achterlaat wat hem belemmert om zichzelf in liefde aan God en medemens te geven.
Dit doet me eerst denken aan de Schepping:
BeantwoordenVerwijderen”En God schiep de mens als Zijn beeld
En God zegende hen…
En zag dat het goed was, zelfs héél goed was…”
Het deed me daarna denken aan mijn eigen jonge jaren, waar ik 10 jaar ‘zelf’ gevochten heb tegen een verslaving, er ‘zelf’ niet tegen op kon tegen een macht dat groter was dan mezelf zoals bij de koning van Tyrus in het Ezechiël verhaal…
Tot ik uiteindelijk, na 10 jaar, hulp ging zoeken, bij God en Hij me, de vrijheid terug gaf, een vrijheid waarvoor Hij me, als Schepper, wel altijd geschapen voor had!
En als ik nu moet antwoorden op je vraag, Kris:
“Wat moet ik nog loslaten, aan Hem toe vertrouwen”
kan ik alleen maar antwoorden: mezelf en helemaal. Tot in de kleinste details, elke dag opnieuw.
Ik kreeg gisteren een mail waar ik (zoals trouwens nog dikwijls) zelf een antwoord, vanuit mijn eigen gevoel, een antwoord op wilde geven tot ik me gelukkig bedacht om er ‘eerst’ mee bij God te gaan. En het antwoord werd… een héél ander antwoord. Een antwoord dat me veel vrede gaf.
En zo is het met alles.
God heeft me, heeft ons, geschapen en zag dat het goed was.
Hij kent me beter dan ik me zelf ken, zegt Augustinus.
Ik ben geen eigenaar van mijn leven, maar wel een ‘beheerder’ ervan.
Zo kan ik me ‘laten’ dragen, door Hem, wat Hij waarschijnlijk als niets liever doet, voor elk van ons!
Cecile
"Hoogmoed komt voor de val"
BeantwoordenVerwijderenWanneer je wordt grootgebracht en heel je leven mag aanhoren dat "jij de beste bent van al mijn kinderen", dan wordt er onbewust een hoge druk op jou gelegd en MOET je ook de beste zijn. Dan mag je niet falen, dan moet je presteren. Wat een druk op een kind en volwassene.
Door die hoge druk ga je ook zo leven, tot ergernis van velen.
Uiteindelijk heb ik God gezegd : Heer, ik ben niet de beste, U ben de Allerhoogste! Help mij om te groeien in nederigheid. Dit wil ik zelf niet, ik heb daar niet voor gekozen, maar die prestatiedrang zit nog in mij. Heer , uit mezelf kan ik niets. Wilt U mij hiervan genezen en bevrijden , opdat ik mag groeien in nederigheid , in kleinheid tegenover u en tegenover de anderen. Want u vernedert de hoog moedigen en verheft de geringe.
Dankjewel voor deze mooie getuigenissen ! Dagelijks zijn er nog gedachten,handelingen en woorden die mijn handelingen, gevoelens , woorden,hart en geest mij belemmeren Zijn Wil te doen ! Toch door Christus regelmatig te zoeken in de stilte en zo mijn hart en ziel wijd openen voor HEM ! Dan verbreedt de poort om zoals Maria zei “ Doe wat Hij u zeggen zal! Christus in ons heel bewust wordt alles opener,duidelijker en kunnen we meer álles aanvaarden en handelen! Dán in dezelfde situatie diep gelukkig zijn ! En zéker door aan Christus te vragen voordat we handelen en spreken Heer hoe moet mijn houding en mijn antwoord nu klinken ! Hij die in ieder van ons mensen Zijn Woning heeft zal ons zéker antwoorden! Vanzelfsprekend… nee de poort is nauw door onze zelfzucht en angst !!!
BeantwoordenVerwijderenIk ben sinds vele jaren lid van Anonieme Alcoholisten en door het herstelprogramma en God ook nuchter. Niet mijn eigen verdienste maar toen ik wanhopig genoeg was om mezelf in vraag te stellen kon verandering gebeuren, komen.
BeantwoordenVerwijderenIk ben vaak ook in het buitenland naar bijeenkomsten en conventies geweest. Daar merkte ik dat sommige leden een pin op hun jas of hemd hadden. Een kameel met een gouden randje en het cijfer 24 op. Deze pin was een discreet teken naar anderen toe om te melden dat je lid was van een 12 stappen herstelprogramma en dat je bereid was in gesprek te gaan. De 24 staat voor deze dag, 24 uur. Ik blijf 24 per 24 nuchter en leef het leven. Meer heb ik niet. Wat voorbij is is voorbij en morgen is er niet maar vandaag kan en mag ik handelen en leven en wanneer ik mij daarop concentreer is Nuchter leven voor iemand zoals ik draaglijk. Het onmogelijke wordt mogelijk. De kameel verwees naar het Bijbelverhaal van vandaag en herinnert er ons aan dat mijn nuchterheid geen eigen verdienste is maar een geschenk van God doordat ik mijn hele zijn in Zijn/Haar handen heb neergelegd en bereid ben alles te aanvaarden.
Beste Anoniem,
Verwijderendank je wel om zo openhartig te delen hoe het herstelprogramma, de gemeenschap en je vertrouwen in God je helpen om nuchter te leven.
De kameel met het getal 24 is inderdaad een krachtig beeld: niet het hele verdere leven tegelijk hoeven dragen, maar deze ene dag ontvangen en leven. Je getuigenis maakt heel concreet wat Jezus zegt: wat voor een mens alleen onmogelijk lijkt, kan mogelijk worden wanneer je je laat dragen door God en door anderen.
Dat neemt beslist je eigen inzet niet weg, want iedere dag opnieuw kies je voor eerlijkheid, overgave en het zetten van de volgende stap.
Moge de kameel je blijven herinneren aan de genade die je draagt, en moge je verhaal ook anderen moed geven om hulp te aanvaarden en vandaag opnieuw te beginnen.
Nogmaals dank.
Hartelijke groeten, kris
Proficiat, en moge de kracht die je vond je verder dragen.
BeantwoordenVerwijderen